Het vijf sterren ziekenhuis

Ik ben zevenentwintig weken zwanger en overmorgen heb ik examen. Her-examen om precies te zijn. Ver voor mijn zwangerschap haalde ik een keiharde onvoldoende voor een mondeling examen strafrecht. Fijn. Nu mag ik nog een keer. Leren en zwanger zijn is geen goede match. Hoe kan ik leren als ik alleen maar kan denken aan babykleertjes, babynamen, babykamer, baby… ? Anyway, ik heb het voor elkaar en zit met mijn boek aan tafel. Let’s go. 

Dat examen ga ik dit keer dus wel halen. Alleen maar om er vanaf te zijn. Het hoeft geen tien te zijn, als ik maar verder kan. Strafrecht is niet mijn vak. Het is half acht ’s morgens. Ik schenk nog een kopje thee in, en sla mijn boek open. Vriendlief is net weg, naar zijn werk. Op weg naar zijn werk, ruim een uur hier vandaan, in de ochtendspits.  Ineens krijg ik buikpijn. Dat heb ik wel vaker, maar dit voelt niet helemaal fijn. Lekker dan, denk ik, net als leren uitstellen echt niet meer kan. Bij hoge uitzondering neem ik een paracetamol. Tot ik het ineens niet meer vertrouw. Bloed. Bloed? Met zevenentwintig weken wil je best wat zien maar geen bloed. Ik bel meteen de verloskundige, die naar me toe komt. “Pak je tas maar in, want we gaan naar het ziekenhuis.”

Snel pak in een tas met wat spullen. Ik gooi zonder na te denken wat zooi in de tas maar stop wel op het laatste moment nog even mijn samenvatting in het zijvak. Als ik lang moet wachten kan ik in ieder geval nog even leren. In het ziekenhuis staat een bed voor me klaar met een CTG apparaat. Er worden drie echo’s gemaakt en ik lig anderhalf uur aan de monitor. Informatie voor de kinderarts. Kinderarts? Ik dacht er in eerste instantie niet zo zwaar over, maar nu word ik toch een beetje zenuwachtig. Vanmorgen belde ik gelijk naar mijn vriend. “Ja, ik moet even naar het ziekenhuis maar je hoeft niet te komen hoor. Ik ben zo weer thuis”. Nu belde ik hem toch maar even of hij wilde komen. Ondertussen hoorde ik de verpleegster zeggen dat er een kamer voor me werd klaargemaakt, ik moest blijven.

Pak je tas maar, we gaan naar het ziekenhuis.

“Ja, maar hoelang dan? Ik moet examen doen!”. In ieder geval twee dagen. Daar gaat mijn herkansing. Een belletje naar de baas en het is geregeld. Iedereen is heel lief en schappelijk. Baby eerst, dan jij, dan examen. Daar hebben ze wel een punt. Ik dacht alleen maar aan school, terwijl de artsen klaar stonden voor een mogelijke vroeggeboorte. Reality-check. Wat is hier nou echt belangrijk?


IMG-20141028-WA0009

Mijn kamer was fantastisch. Mooi uitzicht over Amsterdam. Een bed met televisie en internet, een eigen badkamer & een slaapbank voor vriendlief. De thee-en-koekjes service kwam elk uur langs en ik mocht mijn wensenlijstje opgeven voor het avondeten. Ik had nog nooit in een ziekenhuis gelegen. Mijn vriend kwam in allerijl terug naar Amsterdam. Mijn schoonvader kwam een beertje brengen en vrienden brachten snoep en leesvoer. Ondertussen lag ik bijna de hele dag aan het CTG apparaat en stond het infuus met weeënremmers naast mijn bed.

Mijn vriend bleef niet slapen. Niet omdat ik zo ongezellig was of omdat hij andere prioriteiten had, maar het logeerbed bleek van gewapend beton. Daar kreeg je al een hernia van als je ernaar keek. Vooruit, we hebben iemand nodig die fit is, mocht het misgaan. Ik sliep die nacht niet. Elke twee uur kreeg ik controle. Bij elke controle kreeg ik op mijn kop dat ik niet sliep. “Nu, niet meer nee. Grapjas”.

Op zaterdag gratis muffin bij uw koffie of thee.

De volgende ochtend kwam de verpleegkundige naar me toe. “Misschien mag je naar huis”, zei ze. Fijn. Ik heb elke vliegramp in de geschiedenis gezien op national geographic vannacht en echt vrolijk word ik er niet van. Niets was overigens minder was. Ik gaf het verkeerde antwoord op de vraag of ik nog bloed verloren was. “Ja”. ‘Nee’ was mijn ticket naar huis geweest. Doe nog maar een kopje thee dan. Heb ik geluk dat zaterdag gebakjesdag is in dit ziekenhuis.

20141108_104457

De artsen waren bang voor een vroeggeboorte maar de reden voor het bloedverlies is nooit gevonden. Het kan ook zo zijn dat er een ader is gesprongen, maar omdat ze niks konden uitsluiten namen ze het zekere voor het onzekere. Als ik weeën zou krijgen, dan liever in het ziekenhuis. Maar er gebeurde niks. Er gebeurde drie dagen lang niets. Naast mij, op de gang, is het een komen en gaan van vrouwen die gaan bevallen. Ze worden binnengebracht, de gordijntjes gaan dicht, en een paar uur later staat familie met beertjes en bloemen voor de deur. Stiekem ben ik jaloers. Als ik hier dan toch lig, dan maar met resultaat. En dan ook wel tien weken later dan nu. Zuchtend loop ik nog een rondje over de kamer. De gang mag ik niet op, ik heb verbod. Naar beneden mag al helemaal niet. Gelukkig heb ik een hele gezellige brabantse verpleger. Net of ze Mari van de Ven een doktersjas aangetrokken hebben en hem een brabants accent hebben aangeleerd. Ook mooi.

Na drie dagen word ik eervol ontslagen uit hotel weltevree. Thuis moet ik rustig aan doen. Als het weer gebeurt krijg ik een enkele reis terug naar dit theater. Ik heb in mijn hele leven nog niet zoveel artsen gezien als de afgelopen vijf maanden. Nou ja, als ukkie het maar goed blijft doen, en nog even blijft zitten, doe ik wat nodig is. Nog tien weken, als het even kan.

20141115_131044

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s