A week’s work

Morgen moet ik weer beginnen met werken. Na een half jaar geen voet over de drempel te hebben gezet in ‘the office’. Na 27 weken zwangerschap mocht ik niet meer. Ziektewet. Rust, zitten, niks doen. afwachten. Het duurde in en uit. De weken waren niet om te krijgen. Tot de geboorte van uk. Toen  vloog de tijd ineens. En nu, moet ik werken.

“Zet jij de wekker?” – “Ja hoor!”. Dat doe ik immers altijd. Alleen nu moet ik er zelf ook uit. Ik plof nog even op de bank. Ineens moet ik op de klok kijken om een gunstige tijd om te gaan slapen te bepalen. Geen series meer tot middernacht, nee, een goede nachtrust is ineens een must. Mini slaapt de klok rond, van half 8 tot een uur of 7, dus daar hoef ik me gelukkig niet druk om te maken. Geen nachtelijke voedingen of huilbuien. Tenminste, meestal niet.

Ik herhaal mijn schema voor morgen even in mijn hoofd. Mijn georganiseerde brein heeft de zwangerschap (nog) niet overleefd. Ik moet alles opschrijven en dan nog vergeet ik de helft. Ik weet dat ik moet vergaderen, ik weet naar welke locatie ik moet, ik weet dat ik van alles moet bijwerken en uitzoeken. Ik probeer een logisch schema te bedenken om te zorgen dat mini op tijd bij het kinderdagverblijf is, en dat het niet heel veel halsbrekende toeren oplevert. Zelf opstaan, douchen en aankleden, ontbijten, dan mini wakker maken, fles geven, knuffelen, naar het dagverblijf brengen en dan hup de auto is. Sounds perfect. Kwart over vijf die wekker dan maar. Ik moet onthouden dat ik ’s avonds moet douchen in het vervolg, scheelt toch weer een kwartier. Misschien moet ik mijn lunchpakket ook vast klaarmaken. Deed mama dat vroeger niet ook altijd?

’s Avonds douchen en een lunchpakket klaarzetten. Moet zeker een half uur schelen.

Hoe zouden andere mensen dat doen? Toen ik vorige week het kinderdagverblijf binnen liep kwam er een moeder gehaast achter me aan. Ze bracht haar dochtertje naar binnen en zei zuchtend: “Ja sorry, voor de sokken, het lukte vanmorgen gewoon even niet.” Het meisje had twee verschillende sokken aan. Ik had met haar te doen en moest lachen. Dat hebben we toch allemaal?

Ik was allang blij dat het me lukte om mini op tijd, aangekleed en alles op het kinderdagverblijf achter te laten. Zelf was ik -natuurlijk- mijn toegangspasjes, ov kaart en portemonnee vergeten. Mijn horloge, sjaal en een busje deodorant had ik ook niet bij me. Maar goed, ik was in ieder geval onderweg. Na een snelle stop thuis kon ik dan ook naar mijn werk waar ik slechts een half uur te laat aan kwam. Helemaal niet slecht, als je bedenkt dat ik ook nog chocolade heb staan smelten om soesjes van een laagje blauwe muisjes te voorzien. Ik vond dat ik niet met lege handen aan kon komen. Gelukkig viel het in de smaak.

Het eerste uur heb ik naar mijn scherm zitten staren. U heeft vierhonderd nieuwe emails. Wie heeft mij in hemelsnaam nodig? Ik voer wat overleggen, waar ik warempel zinnig commentaar weet te geven. In de pauzes kijk ik vooral naar mijn telefoon. Ik scroll door de duizenden foto’s en filmpjes van mijn mooie lieve kleine kindje. Ik mis hem wel, best wel erg. Van drie maanden elke minuut samen naar negen uur op mijn werk zonder die kleine ook maar in de buurt.

Ik mis hem wel. Mijn beste vriendje, zo ver weg.

Vanmorgen toen ik weg liep zei de leidster nog ” je mag altijd bellen hoor!”. Doen moeders dat? Ik weet niet wat het is maar ik voel me dan een soort van bezwaard om te bellen. Ze doen hun werk en ik heb er vertrouwen in, toch? Als het niet goed gaat bellen ze mij wel. Ik hou mijn telefoon dan ook als een havik in de gaten. Hij gaat niet af.  Mini is trouwens ook een hele makkelijke baby. Hij is heel tevreden, speelt liever met zijn handen dan met mensen dus echt heel veel werk heb je niet aan hem. Besides, hij is gek op iedereen die lief voor hem is en hem eten geeft. Die eenkennige tijd moet nog komen. Ik bel niet.

Na de middag begint de vermoeidheid toe te slaan. Het sloopt me wel hoor, zo’n dag. Ineens van hot naar her sjouwen, plannen, regelen. Leuk, maar slopend. Zeker die eerste dag. Ik ga rond half vier naar de trein, naar huis. Thuis ruim ik nog gauw de vaat van vanmorgen op, stuur ik nog wat mailtjes en haal ik snel de stofzuiger door het huis. Ik leg een kruik in het bedje van mini en ga naar het kinderdagverblijf.

Mini ligt prinsheerlijk op een stoeltje om zich heen te kijken. Net als vorige week. Hij heeft goed gegeten, goed geslapen en de leidsters zijn helemaal weg van hem. Niks om me druk over te maken. Hij kijkt me aan met een brede glimlach en vouwt zijn vingertjes om mijn haren. Auw, maar lief. Morgen weer een dag. Die gaat vast net zo chaotisch als vandaag, maar hey, tegen de tijd dat hij twee is hebben we vast een ritme gevonden. Nu zit ik op de bank, heel moe maar voldaan. Wel met gigantische spierpijn in mijn knieën, ik had moeten weten dat een jaar lang niet fietsen en dan ineens de tour de France door Amsterdam moeten trappen niet bevorderlijk zou zijn. Mini ligt in zijn eigen bedje te slapen na een drukke dag. De verf zit nog tussen zijn tenen maar wat zou het. Hij is gelukkig, dan ben ik het ook.

Liefs, Stephanie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s