Mama kan niet ziek zijn.

De griep, normaal ben ik van het mantra: “gewoon negeren, dan gaat de griep zich vervelen en vanzelf weg”. En als het dan toch doorzet, onder de dekens, telefoons uit, laptop met netflix, veel thee en vitamientjes en vooral niemand die iets van je wil. Totdat je moeder bent en griep hebben echt niet meer kan.

Na de geboorte van mijn zoon was ik moe. Daarvoor trouwens ook al, maar vooral na de geboorte. De eerste maanden met een mini zijn nou eenmaal zwaar, slapen is voor losers en tot rust komen is een utopie. Toen ik na twaalf, veertien, zestien weken nog niet echt mezelf was zat ik er op te wachten. Ik zal vast iets onder de leden hebben dat er vroeg of laat vanzelf uit komt. Maar de griep wachtte rustig, bleef sluipend op de achtergrond. Lang genoeg zodat ik mijn opstart op het werk kon maken, mijn examen met goed gevolg kon afleggen en geen “to do” items meer in mijn agenda had. Toen alles afgerond was sloeg hij genadeloos toe. Van keelpijn tot hoofdpijn, van spierpijn tot verstopte holtes en koorts. De griep in al zijn glans en glorie stond voor de deur.

In het weekend ziek zijn is niet zo’n ramp. Mijn vriend is er een van de categorie doe-jij-maar-niks-ik-doe-alles-voor-je. Ik tel mijn zegeningen nog iedere dag. Zo ook als ik met dikke wallen, opgezwollen klieren en een raspende stem in bed lig. Ik hoef maar te hoesten of er staat een kopje thee naast mijn bed. De bruistabletten worden gebracht op een dienblad naast een crackertje met kaas. En mini? Die heeft het goed bij papa. Tot het maandag wordt en ik mijn ziek zijn naar de achtergrond moet duwen omdat mijn steun en toeverlaat echt naar zijn werk moet. Ik probeer nog, ‘kan je echt niet een dagje wisselen?’

In de ideale wereld kroop ik weer terug in bed. Dekens over mijn hoofd en een doosje ibuprofen binnen handbereik. Jongens wat kan een mens zich beroerd voelen. Tweede mogelijkheid zou zijn, oma bellen. Even de kleine meenemen mam, dan slaap ik nog twee uurtjes verder. Omdat mijn eigenlijke wereld geen van deze opties omvatte zat er maar één ding op. Om zes uur naar de keuken voor een glas vitamine C, een flinke ibuprofen en een bakje cornflakes. Warme douche, gewoon aankleden en doen of er niks aan de hand is. Gek genoeg werkt het ook nog. Als je maar lang genoeg doet of iets de werkelijkheid is ga je, en in dit geval mijn lijf, het vanzelf geloven. Ik overtuig mezelf dat het vanzelf wel weer wegtrekt. Misschien is naar buiten gaan een goed idee? Het is ongeveer 18 graden en ik loop klappertandend van de kou in een winterjas, met sjaal door de stad. Gelukkig zijn er genoeg toeristen om de aandacht van mij af te leiden. Ukkie heeft het wel naar zijn zin, daar ging het om. Thuis maar weer samen onder de wol kruipen. Die veertig minuten slaap tussen de voedingen door zijn zo gek nog niet.

Ziek zijn en mama zijn gaat niet samen. De wereld draait niet om jou en je bonkende hoofd.

Ach, het duurt misschien wat langer maar ook dit gaat voorbij.
& als het nou echt te lang duurt, is er vast wel een ideale wereld te verzinnen.

X

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s