Mag ik ook even?

Het regent. Alweer. Wat is dat toch met die zomer? Is dit nu een zomerdepressie? Is het niet in mijn hoofd dan is het wel buiten. Verdorie. We zijn op vakantie en ik kijk naar de tikkende regendruppels op de ruiten. Wat een ellende.

Het is vakantie. We hebben geen tuin in ons riante appartement in Amsterdam (50m2) dus we vluchten naar de villa van mijn ouders. Zij zijn op vakantie. Ik zie het helemaal voor me. Lange ochtenden met een boek -jeweetwel dat boek waar ik nooit aan toe kom- ijsjes, wijn, misschien hier en daar een barbecue, en mini in zijn versgekochte Woezel en Pip badje. Wat een heerlijkheid. Als we vertrekken is het 32 graden, beter kan niet. Auto vol geladen, de hele mikmak moet natuurlijk mee. Een volksverhuizing is er niets bij maar ik ben goed voorbereid. Alles staat dan ook al twee dagen voor we gaan, klaar in de gang. Aan mij zal het niet liggen! Vakantie! Mag ik ook even?

We rijden het dorp van mijn ouders in als we een chemische lucht ruiken. “Staat hier een fabriek op ontploffen ofzo?”, hoor ik mezelf tegen mijn vriend zeggen. Niet te harden die lucht, ik doe snel de ventilatoren in de auto dicht, dit kan niet goed zijn. De geur wordt steeds erger, viezer, penetranter. Drie verkeerslichten later opper ik: “het is toch niet onze auto he?”. Als ik die woorden uitspreek begint de auto te roken, onder de motorkap. “Ik geloof het wel”, zegt mijn persoonlijke droogkloot. Enigszins zenuwachtig wachten we tot het verkeerslicht op groen springt. Van de weg af! Ik kijk naar onze kleine spruit die lekker ligt te slapen. Uit die auto met dat kind, denk ik. De eerste parkeer mogelijkheid stopt mijn wederhelft de auto. Ik vlieg de auto uit terwijl we nog langzaam rollen. Baby-evacuatie plan! Mooi hoe dat ineens werkt. Kan mij het schelen al fikt die hele auto af, maar dan wel als wij eruit zijn. Ik trek de maxi-cosi met een soort superwomankracht uit de auto en zet hem vijf meter verder neer. We kijken snel wat de schade aan de auto is, het is niet de eerste keer dat dit gebeurt trouwens. Kwikfit doet aan superreparaties, maar daar is een ander platform voor. Ik bel mijn moeder, gelukkig staan we niet op de snelweg maar bij mijn ouders om de hoek en gelukkig is ze thuis. Alle spullen worden ingeladen in de minimobiel van mam. Onze auto blijft achter op de parkeerplaats van een verlaten school. Tot ooit, rotding.

Met dat ik de woorden uitspreek, begint de auto te roken. Een goed begin van de week.

We besluiten later te zien wat we met die auto doen. Eerst maar eens vakantie vieren. We tuigen het hele circus op, duiken de stad in voor een petje voor mini, want jeetje wat is het warm. Zwembadje wordt gevuld, de parasol staat op en we nemen een frisse duik. Wat een heerlijke dag. Zo mag het iedere dag zijn, en zo kom ik die vakantie zonder buitenland wel door. Gelukkig hield dit mooie on-hollandse weer wel een hele dag aan.
Eén.

De rest van de geplande week paradijs regent het. Niet een beetje, nee, heel hard. Het is koud. And I packed tropical. Dit was niet beloofd. We zitten binnen en kijken naar buiten. Ik vraag me af wat we in het paradijs doen, als we met dit weer ook thuis naar buiten kunnen kijken. Een auto hebben we ook niet, dus de uitjes-mogelijkheden zijn ook enigszins beperkt. Zuchtend zetten we nog maar een film op.

Ik kan er niks aan doen en begin te balen, en te klagen.

Mijn baal-modus draait meteen overuren. Weet je nog die drie giga hete weken? Toen we nog gewoon van 8 tot 5 moesten werken? Nu heb je even vakantie, krijg je dit. De week kruipt voorbij en we besluiten huiswaarts te gaan. In Amsterdam regent het gestaag door. Gelukkig komt nu, na mijn aanhoudende zonnedans in de slaapkamer, de zomer weer terug. Het is weer warm! We vluchten naar buiten. Baby in de wagen, zonnebrand op, petje op, parasol gereed, doel is een ijsje halen en een stukje wandelen. Mini heeft wat nieuws bedacht. Slapen in de kinderwagen is voor baby’s en in plaats van dat hij dan besluit een gezellig kereltje te zijn, gaat hij heel hard huilen als het hem te lang duurt. Lees: langer dan anderhalf uur. Schreeuwen, boos, gefrustreerd, tranen met tuiten. Langslopende medeburgers kijken vol medelijden naar de wagen. Ach gut, dat kind heeft vast geen eten gehad. Zo klinkt dat dus echt. Maar nee, meneer is gewoon moe en weigert toe te geven aan de slaap. Doe nou gewoon, oogjes dicht, niemand maakt je wat. Please? Eventjes maar, dan ben je weer vrolijk. Dan krijg je een kwarkje en kun je Sophie weer kusjes geven. We zijn net even buiten, toe? Ik ben zo graag in de zon, mag ik ook even?

Nee, mini dus niet. We druipen af naar huis. Arm kind, vooruit dan maar naar je eigen bed. Daar is het ook veel koeler en donkerder, we snappen het best. Met rasse schreden en een ijsje in de hand lopen we naar huis. Rennen bijna. De stappenteller van mijn vriend geeft aan dat we een kwartier hardgelopen hebben. En dat zonder sportschoenen, ha! toch nog aan de sport deze week. Killerbody for one! Kun je nagaan. Eenmaal thuis leg ik mini vlug in bed, het duurt nog geen twintig seconden voordat hij in een diepe slaap is gesukkeld. Je bent een portret, denk ik terwijl ik hem nog een kusje geef en zijn dekentje recht trek. Ik ga op de bank zitten en kijk naar buiten. Het is bloedje heet buiten. De buurkinderen spelen met water en de buurvrouw lapt de ramen in een (veel te) korte broek. Wij hebben geen buiten. Geen tuin, geen balkon. Ik heb een bank, en ik heb een raam. En weer kijk ik naar buiten, nu naar de zon, naar de warmte. Ik pak een vest, want binnen is het helemaal niet zo warm. Wachten tot het mannetje wakker wordt, met weer een filmpje.

Waren we nu maar wel in het paradijs. Ik probeer wat tranen weg te slikken, sniffen, snuffen. Belachelijk natuurlijk. Ik heb vrij, ik heb een fantastisch leven, het is zomer! Maar ik zit weer binnen. Mijn goedlachse labrador boyfriend kijkt me niet begrijpend aan, maar hij snapt me wel, voor zover een vrouw met veel te veel hormonen te snappen valt. Maar het is toch vakantie? We zijn met elkaar toch? Alleen kunnen we niet naar buiten, we kunnen niet zomaar weg, mini maakt ons al niet mobiel en een gebrek aan een tuin én een auto werkt ook niet mee. En daar baal ik dus nu, heel even, heel erg van, mag ik ook even?

Liefs, Stéphanie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s